Een andere kijk op onder-presteren
Een andere kijk op onder-presteren
Je hoort het steeds vaker: “Kinderen presteren onder hun niveau.”
Als ouder kun je daar behoorlijk ongerust van worden. Want wanneer een kind onderpresteert, lijkt het alsof zijn of haar talenten niet tot bloei komen. Logisch dus dat scholen en ouders proberen het kind meer uitdaging te geven of extra begeleiding te bieden bij faalangst, perfectionisme of zelfacceptatie.
Toch blijkt dat deze aanpak vaak maar tijdelijk effect heeft.
Het probleem wordt niet bij de wortel aangepakt.
In mijn praktijk LeefKrachtig Zijn begeleid ik onderpresterende (hoog)begaafde kinderen vanuit een ander perspectief, één dat niet alleen kijkt naar gedrag, maar naar de overtuigingen en innerlijke patronen die onder het gedrag liggen.
De kracht van mindset
De Amerikaanse onderzoeker Carol S. Dweck beschreef in haar boek “Mindset: The New Psychology of Success” dat onze overtuigingen over onszelf diep van invloed zijn op hoe we ons ontwikkelen.
Je manier van denken, bewust én onbewust, bepaalt of je gelooft dat je kunt groeien, of dat je vastzit in beperkingen.
Dat geldt zeker ook voor (hoog)begaafde kinderen.
Wanneer een kind onbewust overtuigingen ontwikkelt als “ik mag niet falen”, “ik ben dom” of “ik moet perfect zijn om erbij te horen”, kan dat leiden tot onderpresteren. Niet omdat het kind niet wil leren, maar omdat het
onbewust veiligheid boven groei kiest.
Het onbewuste stuurt meer dan we denken
Slechts 5% van ons gedrag komt voort uit ons bewuste denken.
De overige 95% wordt gestuurd door ons onderbewustzijn, het deel van ons dat reageert vanuit gevoel, ervaring en herinnering.
Een negatieve ervaring, hoe klein ook, kan bij een kind het onbewuste patroon creëren:
“Ik mag mijn intelligentie niet laten zien, anders word ik afgewezen.”
Vanuit dat patroon gaat het kind zich aanpassen, terugtrekken of juist doen alsof het iets niet weet.
Elk nieuw moment waarin dit bevestigd wordt, versterkt de overtuiging.
Verstrikkingen en zelfvertrouwen
Soms speelt er ook iets diepers.
Een kind kan bijvoorbeeld, geheel onbewust, loyaal zijn aan zijn ouders en besluiten “niet slimmer te willen zijn dan hen”.
Niet uit opstandigheid, maar uit liefde en verbondenheid. Dit noemen we een verstrikking.
Ook het zelfvertrouwen speelt een grote rol.
Wanneer een kind zich niet veilig voelt om zichzelf te laten zien, of wanneer gedrag vaak wordt afgekeurd, kan het zelfvertrouwen niet vrij groeien.
De overtuiging “ik mag er niet zijn” is krachtiger dan welk goedbedoeld compliment ook.
Van belemmering naar groei
Om structureel verandering te brengen, is begeleiding nodig die verder kijkt dan gedrag. Door aandacht te geven aan het onderbewuste en de vastgezette overtuigingen, ontstaat ruimte voor groei.
Met methoden als NEI (Neuro Emotionele Integratie) help ik kinderen en volwassenen om oude, beperkende overtuigingen los te laten.
Zo verandert de mindset van fixed naar growth, van overleven naar bloeien.
In mijn praktijk LeefKrachtig Zijn, begeleid ik kinderen, ouders en volwassenen bij het herstellen van vertrouwen in hun eigen kracht, zodat ontwikkeling weer vanzelf mag stromen.










